De gemeente

Afbeeldingsresultaat voor site:ilocate.nl

In de gemeente Tiel eiste een bewoner dat de gemeente zou optreden tegen een illegaal gevestigd taxibedrijf. Tot bij de Afdeling bestuursrechtspraak kreeg de bewoner gelijk. Kort na de uitspraak bracht de gemeente een herziening van het bestemmingsplan in procedure, waarbij het bedrijf kantoor huren alkmaar werd gelegaliseerd. In de daaropvolgende procedure om schadevergoeding op grond van art. 49 WRO stelde de gemeente dat de bewoner geen recht had op vergoeding, omdat de schade immers was ontstaan ten gevolge van het niet meer kunnen optreden tegen het illegale bedrijf en niet ten gevolge van het bestemmingsplan. In hoger beroep aanvaardde de Afdeling bestuursrechtspraak deze kantoor huren hengelo stelling niet. De bewoner was in een nadeliger positie gekomen gezien de bepalingen in het nieuwe bestemmingsplan, die in het nieuwe plan toestonden wat onder het oude was verboden; de feitelijke situatie speelt daarbij geen rol. (ABRvS 8 september 1998, AB 1999/58)
Een bestemmingsplan kan schadeveroorzakend zijn, bijvoorbeeld doordat op een naastgelegen perceel bebouwing mogelijk wordt, maar kan ook tegelijkertijd waardeverhogend zijn, bijvoorbeeld doordat een waardeverhogende bestemming wordt opgenomen. Uit onder andere de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van 12 augustus 1999 (AB 2000/65) blijkt dat de kantoor huren deventer voor- en nadelen met elkaar kunnen worden gecompenseerd.
Termijn indiening verzoek om schadevergoeding Een aanvraag om vergoeding van schade moet worden ingediend binnen vijf jaar nadat de desbetreffende bepaling van het bestemmingsplan of van het desbetreffende besluit onherroepelijk is geworden (art. 6.1 lid 4 Wro). Deze termijn geldt niet voor de aanvraag wegens schade door een verleende ontheffing krachtens een beheersverordening. Voor de aanvraag voor een tegemoetkoming in schade ten kantoor huren zoetermeer gevolge van een aanhouding als bedoeld 6.1 lid 2 onder e Wro geldt ook een andere termijn: die aanvraag kan alleen worden ingediend tijdens een termijn van vijf jaren na terinzagelegging van het vastgestelde bestemmingsplan (art. 6.1 lid 5 Wro). Eerst op dat laatste moment is immers duidelijk in hoeverre werkelijk schade door de aanhouding is geleden.