Een kantoor huren in Breda kan ook anders

Zelfstandige gebruikers worden steeds zeldzamer in Nederlandse winkelstraten. Dit beeld komt overeen met de Britse en de Amerikaanse situatie maar zie je ook in Nederland zelfs al ga je een kantoor huren in Breda. Door de filialisering behoort de gemiddelde Nederlandse winkelstraat in feite toe aan een steeds kleiner aantal concerns die in ieder gebied dezelfde winkelformules neerzetten. Twee van de drie winkels in de

hoofdwinkelstraten van Nederland maken deel uit van een winkelketen maar ook in Utrecht bedrijfsruimte te huur aangeboden. Naast een homogene gevel is ook de inrichting van de winkels van één keten vrijwel gelijk. Zoals eerder opgemerkt, leidt dit tot een weinig onderscheidend karakter van de verschillende winkelgebieden.

De eindconsumenten vormen een groep indirecte gebruikers van het
winkelvastgoed. Zij bepalen door hun koopgedrag echter wel hoe de winkel eruit moet zien en waar deze gelegen is ook al zoek je een Loodgieter Amsterdam. Ten aanzien van winkeltype en winkellocatie kunnen op hoofdlijnen twee categorieën consumenten worden onderscheiden: de runshoppers en de funshoppers. Runshoppers willen binnen beperkte tijd dagelijkse artikelen kopen. Funshoppers hebben alle tijd voor de aanschaf van niet-dagelijkse goederen. Runshoppers willen effectief winkelen. terwijl funshoppers geamuseerd willen worden, de detailhandel speelt steeds meer in op deze tweedeling.

kantoor huren Breda
kantoor huren Breda

Buitengewoon lastig voor bedenkers van winkelconcepten is de vraag of, en zo ja in hoeverre, het runshoppen ook gaat gelden voor niet-dagelijkse goederen als kleding, cd’s en andere luxe artikelen. Ook het effect van een toenemend gebruik van internetwinkels is nog onduidelijk, een ding is zeker Groningen biedt grote bedrijfsruimtes te huur.

TRANSPARANTIE MARKT

De vastgoedmarkt voor winkels is in vergelijking met de kantorenmarkt ondoorzichtig. Hoewel er regelmatig transacties worden gepubliceerd, is geen sprake van volledige dekking van de markt. Daardoor kan er geen representatief beeld ontstaan. Vooral omdat
grootwinkel-en filiaal bedrijven vaak rechtstreeks met verhuurders onderhandelen, zonder tussenkomst van makelaars. Blijft een aanzienlijk deel van de winkelmarkt buiten zicht.
Ook particuliere beleggers geven weinig details vrij van de transacties zij gerealiseerd hebben.

SITUATIE EN TRENDS

Groot consumentenvertrouwen zorgt, via hoge consumptieve bestedingen voor goede bedrijfsresultaten in de detailhandel. Die zorgen op hun beurt weer voor vraag naar verkoopruimte. In vrijwel alle hoofdwinkelstraten zijn de huurprijzen aan sterke prijsstijgingen onderhevig.

Huurprijzen worden uitgedrukt in m2 verkoopvloeroppervlak dat, evenals het verhuurbaar vloeroppervlak bij kantoorruimte, wordt afgekort tot vv verkoopvloeroppervlak omvat de overdekte ruimte die voor het publiek toegankelijk en zichtbaar is, exclusief personeelsruimten, magazijnen, verkeersruimte, etc.

Gemiddeld liggen de huurprijzen van hoofdstraten in kernwinkel-gebieden met een regionale functie rond de €500 per m2. Winkels in de zijstraten en meer perifeer gelegen gebieden halen gemiddeld huurprijzen van €150 per 250 per m2. Tophuren in Nederland liggen rond de €1.000 per m2 en worden gerealiseerd in het kernwinkelgebied van de grote steden zoals de Kalverstraat in Amsterdam, de Beurstraverse koopgoot) in Rotterdam de Grote Staat in Maastricht, hier vind je direct een Schoonmaakbedrijf Amsterdam. In vergelijking met de grote Europese steden zijn deze huurprijsniveaus bescheiden : in Parijs, Londen en Dubai wordt het twee-tot viervoudige gerealiseerd.

Concurrentie tussen winkels in een winkelgebied wordt overschaduwd door de concurrentie tussen de verschillende winkelgebieden. Zeker bij hoofdwinkelcentra met een sterke regionale functie speelt dit een rol.

Momenteel staat het PDV-/ GDV-beleid onder druk, onder andere door introductie van”leisure shopping”. concepten die gericht zijn op recreatie-winkelen. Deze concepten zoals “in Almere kun je goedkoop een kantoor huren” zijn vaak combinaties van winkels, dienstverleners en recreatievoorzieningen, zoals bijvoorbeeld FOC’s. Hoewel de ontwikkeling van de Vijfde Nota Ruimtelijke Ordening deze clustering van grootschalige winkelvoorzieningen andermaal wil beperken.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *