Tagarchief: kantoor huren in Breda

beleggingsinstellingen

beleggingsinstellingen

Vastgoedbezit loopt steeds vaker via beleggingsinstellingen (zie bijvoorbeeld ‘Grote beleggers in vastgoedbedrijven’, Het kantoor huren Enschede Financieele Dagblad, 28 januari 2008). Institutionele beleggers steken volgens het Centraal Bureau voor de kantoor huren in Breda Statistiek (CBS) steeds meer geld in de vastgoedmarkt via vastgoedbeleggingsinstellingen in plaats van zelf direct in vastgoed te investeren. Eind 2006 bezaten Nederlandse institutionele beleggers, zoals pensioenfondsen en verzekeraars, voor € 124,3 miljard aan vastgoedbeleggingen. Daarvan was 48% belegd in aandelen van vastgoedbeleggingsinstellingen. Dit wordt ook wel indirect vastgoed genoemd. In 1980 was dat nog maar 3% van het bedrijfsruimte te huur in Nijmegen totale vastgoedbezit. Het overgrote deel werd in die tijd direct belegd in bijvoorbeeld woningen, winkels, kantoren of stukken grond. Voor die verschuiving zijn volgens het CBS twee redenen. De eerste is dat een belegger nu een grotere portefeuille van direct vastgoed nodig heeft om winstgevend te zijn dan tien of twintig jaar geleden. Meerdere institutionele beleggers hebben hun portefeuille verkocht aan een beleggingsinstelling in ruil voor een aandeel, aldus het  in Almere kun je goedkoop een kantoor huren CBS. De tweede reden is dat beleggers steeds meer belang hechten aan goede kennis van de marktomstandigheden bij beleggen in vastgoed. Daarom laten zij buitenlandse investeringen liever beheren door een instelling die daar goed van op de hoogte is en hebben pensioenfondsen vanaf 1995 een groot deel van hun direct buitenlands vastgoed ingeruild voor beleggingen in instellingen. Anno 2009 voelen echter ook de vastgoedbeleggers de kredietcrisis aan den lijve. Elke belegger doet daarom zijn best huurders vast te houden. Vastgoed met huurders behoudt immers zijn waarde. Zodra leegstand optreedt doen beleggers er alles aan om het leegstaande vastgoed zo snel mogelijk verhuurd te krijgen. Het is daarbij niet ongebruikelijk dat een potentiële huurder van de belegger een flinke bijdrage krijgt voor de
13
V A S T G O E D M A N A G E M E N T
inrichting van het pand. Het is een kwestie van win-win: de belegger krijgt een huurder en de huurder krijgt geld. De laatste tijd loopt het soms echter heel anders. Amper heeft de belegger een eerste bijdrage aan zijn potentiële huurder overgemaakt of de huurder gaat failliet. De belegger kan naar zijn centen fluiten en blijft met leegstand zitten. De omstandigheden voor de vastgoedbelegger zijn sinds 2008 echt veranderd. Het is nu opletten en niet stilzitten.

Kosten, opbrengsten en rendement

Kosten, opbrengsten en rendement
Vastgoed heeft een prijs: een bouwsom, een koopsom of een huurprijs. Tot die prijs behoren bedrijfspand huren Enschede alle bijkomende kosten van verwerving. Met name bij het verwerven door bouw bestaan deze bijkomende kosten – naast grondprijs en aanneemsom – uit een groot aantal componenten: overdracht, adviezen, administratie, directie, toezicht, aansluitingen, risicoverrekening, verzekeringen, belastingen, rentekosten.
In geval van kantoor huren in Breda huur leidt de prijs direct tot periodekosten. In geval van verwerving in eigendom wordt de prijs voor een meerjarige gebruiksperiode in één keer betaald. Het bedrag wordt betaald met eigen vermogen en/of met vreemd vermogen. We spreken over interne en/of externe financiering.
Beslag op eigen vermogen vloeit terug door winst en afschrijving op het vastgoed (cash flow). Over vreemd vermogen wordt periodiek rente en aflossing betaald, gebaseerd op lineaire, annuïteiten-, dynamische (klimlening) of anderszins bepaalde aflos- singsschema’s over de looptijd. De rente wordt periodiek herzien, afhankelijk van de in Almere kun je goedkoop een kantoor huren overeengekomen rentevastperiode en de renteontwikkeling.
Om de risico’s van periodieke betalingen te verkleinen, worden door de geldverstrek- ker zekerheden geëist in de vorm van:
– liquiditeit en solvabiliteit; bedrijfsruimte te huur in Nijmegen
– garanties (overheid, fondsen);
– borgstelling (hypotheek).
Vermogen vastge(be)legd in vastgoedmiddelen over een meerjarige periode noemen we een investering. Deze investering wordt op de balans gewaardeerd als vast actief. Jaarlijks wordt op dit vast actief afgeschreven op een lineaire, annuïteiten-, dynamische of anderszins bepaald afschrijvingsschema over de economische levensduur. Aflossing (uitgave) en afschrijving (last) hoeven niet aan elkaar gelijk te zijn, evenmin als de betaalde rente (uitgave) en toegerekende rente (last).
De periodekosten omvatten alle over een periode aan vastgoed toe te rekenen lasten. De (jaarlijkse) periodekosten kunnen de volgende onderdelen omvatten:
– huur;
– erfpacht grond;
– afschrijving investeringen;
– betaalde of toegerekende rente over investeringen;
– energie;
– schoonmaak;


– onderhoud;

bouw vergunningen

 schriftelijke vergunningen

Het voornemen tot bouwen dient schriftelijk aangemeld te worden bij B. en W. • De voorgenomen bouwactiviteit moet overeenkomen met één van de categorieën bouwwerken die in het Besluit meldingsplichtige bouwwerken genoemd worden. De  kantoor huren in breda beoordeling vindt plaats door B. en W.

OVERIGE JURIDISCHE ASPECTEN 
De voorgenomen bouwactiviteit dient te passen binnen het huidige of in voorbereiding zijnde bestemmingsplan. Ingeval van strijdigheid wordt de melding beschouwd tevens een verzoek tot vrijstelling in te houden. • Het bedrijfsruimte huren in Enschede  bouwwerk dient overeenkomstig de gedane melding te worden gebouwd. Tevens dient voldaan te worden aan de bij of krachtens het Bouwbesluit gegeven voorschriften. • Binnen dertien weken nadat met bouwen mag worden begonnen, dient daarmee een aanvang te worden gemaakt. a. Toetsingscriteria.
Anders dan bij een bouwvergunningaanvraag vindt bij de melding vooraf geen toetsing aan het Bouwbesluit en de bouwverordening plaats. Meldingsplichtige bouwwerken dienen uiteraard wel aan de bepalingen van het Bouwbesluit en de bouwverordening te voldoen. Achteraf kan immers altijd nog controle op het voldoen aan deze eisen plaatsvinden. Toetsing aan het bestemmingsplan en eventueel aan de eisen van welstand indien B. en W. dit wensen, vindt wel vooraf plaats. b. Termijnen.
B. en W. hebben na ontvangst van de melding vijf weken de tijd om aan de melder mee te delen of het bouwplan aan de toetsingscriteria voldoet. Indien B. en W. zich niet aan deze termijn houden, komt van rechtswege een akkoordverklaring tot stand. Indien B. en W. binnen vijf weken aan de melder hebben meegedeeld dat er sprake is van strijd met het bestemmingsplan, hebben zij na de ontvangst van de melding acht weken de tijd om te beslissen of zij al dan niet de vrijstellingspro- cedure van artikel 19a WRO zullen volgen. 3. Vergunningsvrije bouwwerken
De bouwactiviteiten waarvoor geen bouwvergunning vereist is, zijn limitatief in de kantoorruimte te huur in Almere Woningwet opgesomd en kunnen in de volgende vier groepen onderverdeeld worden: •
• Het bouwen ingevolge een aanschrijving van B. en W. • Werkzaamheden die behoren tot het gewone onderhoud. • Veranderingen of vernieuwingen van niet-ingrijpende aard, zoals het aanbrengen van dakramen, kleine dakkapellen en afdakjes. Met nietingrijpende aard wordt niet alleen gedoeld op bouwkundige veranderingen, maar ook op veranderingen in stedenbouwkundige en planologische zin.

COMMERCIEEL VASTGOED

Het bouwen van bouwwerken van beperkte afmetingen die geen gebouwen (voor de mens toegankelijke overdekte geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimten) zijn, zoals elektriciteitskastjes. a. Toetsingscriteria.
Aangezien bij de  bedrijfspand huren in nijmegen  vergunningvrije bouwwerken noch een aanvraag noch een melding plaatsvindt, vindt voor het bouwen ook geen toetsing door B. en W. plaats aan de criteria waaraan een bouwaanvraag wordt getoetst. Wel dienen ook vergunningvrije bouwwerken te voldoen aan het Bouwbesluit. Mocht achteraf blijken dat dit niet geval is, dan zijn B. en W. bevoegd om bestuurlijke sancties te nemen.

Een kantoor huren in Breda kan ook anders

Zelfstandige gebruikers worden steeds zeldzamer in Nederlandse winkelstraten. Dit beeld komt overeen met de Britse en de Amerikaanse situatie maar zie je ook in Nederland zelfs al ga je een kantoor huren in Breda. Door de filialisering behoort de gemiddelde Nederlandse winkelstraat in feite toe aan een steeds kleiner aantal concerns die in ieder gebied dezelfde winkelformules neerzetten. Twee van de drie winkels in de

hoofdwinkelstraten van Nederland maken deel uit van een winkelketen maar ook in Utrecht bedrijfsruimte te huur aangeboden. Naast een homogene gevel is ook de inrichting van de winkels van één keten vrijwel gelijk. Zoals eerder opgemerkt, leidt dit tot een weinig onderscheidend karakter van de verschillende winkelgebieden.

De eindconsumenten vormen een groep indirecte gebruikers van het
winkelvastgoed. Zij bepalen door hun koopgedrag echter wel hoe de winkel eruit moet zien en waar deze gelegen is ook al zoek je een Loodgieter Amsterdam. Ten aanzien van winkeltype en winkellocatie kunnen op hoofdlijnen twee categorieën consumenten worden onderscheiden: de runshoppers en de funshoppers. Runshoppers willen binnen beperkte tijd dagelijkse artikelen kopen. Funshoppers hebben alle tijd voor de aanschaf van niet-dagelijkse goederen. Runshoppers willen effectief winkelen. terwijl funshoppers geamuseerd willen worden, de detailhandel speelt steeds meer in op deze tweedeling.

kantoor huren Breda
kantoor huren Breda

Buitengewoon lastig voor bedenkers van winkelconcepten is de vraag of, en zo ja in hoeverre, het runshoppen ook gaat gelden voor niet-dagelijkse goederen als kleding, cd’s en andere luxe artikelen. Ook het effect van een toenemend gebruik van internetwinkels is nog onduidelijk, een ding is zeker Groningen biedt grote bedrijfsruimtes te huur.

TRANSPARANTIE MARKT

De vastgoedmarkt voor winkels is in vergelijking met de kantorenmarkt ondoorzichtig. Hoewel er regelmatig transacties worden gepubliceerd, is geen sprake van volledige dekking van de markt. Daardoor kan er geen representatief beeld ontstaan. Vooral omdat
grootwinkel-en filiaal bedrijven vaak rechtstreeks met verhuurders onderhandelen, zonder tussenkomst van makelaars. Blijft een aanzienlijk deel van de winkelmarkt buiten zicht.
Ook particuliere beleggers geven weinig details vrij van de transacties zij gerealiseerd hebben.

SITUATIE EN TRENDS

Groot consumentenvertrouwen zorgt, via hoge consumptieve bestedingen voor goede bedrijfsresultaten in de detailhandel. Die zorgen op hun beurt weer voor vraag naar verkoopruimte. In vrijwel alle hoofdwinkelstraten zijn de huurprijzen aan sterke prijsstijgingen onderhevig.

Huurprijzen worden uitgedrukt in m2 verkoopvloeroppervlak dat, evenals het verhuurbaar vloeroppervlak bij kantoorruimte, wordt afgekort tot vv verkoopvloeroppervlak omvat de overdekte ruimte die voor het publiek toegankelijk en zichtbaar is, exclusief personeelsruimten, magazijnen, verkeersruimte, etc.

Gemiddeld liggen de huurprijzen van hoofdstraten in kernwinkel-gebieden met een regionale functie rond de €500 per m2. Winkels in de zijstraten en meer perifeer gelegen gebieden halen gemiddeld huurprijzen van €150 per 250 per m2. Tophuren in Nederland liggen rond de €1.000 per m2 en worden gerealiseerd in het kernwinkelgebied van de grote steden zoals de Kalverstraat in Amsterdam, de Beurstraverse koopgoot) in Rotterdam de Grote Staat in Maastricht, hier vind je direct een Schoonmaakbedrijf Amsterdam. In vergelijking met de grote Europese steden zijn deze huurprijsniveaus bescheiden : in Parijs, Londen en Dubai wordt het twee-tot viervoudige gerealiseerd.

Concurrentie tussen winkels in een winkelgebied wordt overschaduwd door de concurrentie tussen de verschillende winkelgebieden. Zeker bij hoofdwinkelcentra met een sterke regionale functie speelt dit een rol.

Momenteel staat het PDV-/ GDV-beleid onder druk, onder andere door introductie van”leisure shopping”. concepten die gericht zijn op recreatie-winkelen. Deze concepten zoals “in Almere kun je goedkoop een kantoor huren” zijn vaak combinaties van winkels, dienstverleners en recreatievoorzieningen, zoals bijvoorbeeld FOC’s. Hoewel de ontwikkeling van de Vijfde Nota Ruimtelijke Ordening deze clustering van grootschalige winkelvoorzieningen andermaal wil beperken.